voor Uitwendige Therapie - Boodschap


Professionele afstand versus professionele verbinding.

Als ik de deur hier achter me dicht trek ben ik alles vergeten, was een veel gehoorde uitspraak tijdens mijn loopbaan in de verpleging. Dat vond ik nou zo knap, dat mensen dat konden. Ik moest nog veel leren omdat ook  te bereiken. Als ik naar bed ging na een dag werken, ging de dag gewoon door in mijn dromen: “Zuster ik wil naar huis, zuster ik moet naar mijn moeder, zuster, zuster”. Met de roep van ‘ZUSTER’ schrok ik ’s morgens wakker en kon ik weer naar mijn werk gaan, waar het zuster geroep weer vrolijk (vaker minder vrolijk) gewoon weer doorging.

“Je moet je er maar voor afsluiten”, was het advies: professionele afstand. Helaas zag ik dat ook gebeuren: collega’s die zich afsloten en op de automatische piloot gingen werken. Alles werd heel keurig gedaan, hoor. De mensen kregen hun natje en hun droogje maar er was weinig verbinding voor het leed en de noden van de zorgvrager. Niet verwonderlijk, want als er van alles aan je gevraagd wordt en je tijd is beperkt, dan moet je wel heel stevig in je schoenen staan om niet gefrustreerd of afgestompt te raken.

Het tegenovergestelde heb ik ook zien gebeuren: dat er zo werd meegeleden dat een ernstig zieke patiënt een verpleegster moest troosten, omdat deze zo hartverscheurend moest huilen, om het leed, wat de ander had. Natuurlijk kan het leed van de ander je aangrijpen, maar het leed van een ander is ook het leed van de ander. Daar moet je ook vanaf kunnen blijven. Vaak raakt het natuurlijk verdriet of angst in onszelf; daar mag je wel bewust van zijn. We hoeven om de ander te helpen, niet in de ander te duiken en onszelf te verliezen. Wat dus belangrijk is, is dat je bij jezelf kan blijven, zodat er ruimte is voor de ander.

Zo heb ik lang, lang geleden eens meegemaakt, dat ik een collega ging helpen, die een dementerende heer moest helpen bij de ochtend verzorging. Mijn collega waarschuwde mij, dat dit een zeer agressieve man was en dat ik me daar goed op moest voorbereiden. Mijn collega deed dit ook, ze stroopte haar mouwen op en met een houding van: “Dit varkentje gaan we eens even wassen (vreemde uitdrukking in dit geval, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel)”, liep ze met stevige tred de kamer binnen. Nu had ik toevallig net geleerd bij de antroposofische verpleegkundige opleiding, dat het goed is buiten bij de deur met de deurklink in je hand, je eerst eens af te vragen: “Wie is die mens die hier ligt”. Dit doen geeft al wat rust bij je zelf, zodat je uit de stroom blijft van wat er allemaal zou kunnen gebeuren. Je blijft uit de vooroordelen.

Dan kan je tot een wezenlijke ontmoeting komen; die aandacht wordt gevoeld. Ik voel dan ook dat er niet alleen contact is van mens tot mens, maar ook van engel tot engel. Ik stel me zo voor dat de engel van de mens die ik voor mij heb een onderonsje met mijn engel heeft en dat deze mij dan op het juiste moment iets laat zeggen of doen. Hierdoor kan de juiste vraag worden gesteld, zodat de ander tot een inzicht kan komen. Of dat ik mij ’s morgens bij het ontwaken ineens bedenk welke olie of massagegreep ik kan gaan gebruiken.  Dat kan je toch geen professionele afstand meer noemen, dat noem ik liever professionele verbinding. Professioneel omdat je de juiste kennis over je vak  hebt en ook de kennis hoe je een goede verbinding tot stand kan laten komen.

Bij de dementerende heer werkte dat goed, ik deed de handelingen met rust en aandacht en mijn collega verbaasde zich hoe de zorg verlopen was: “Zo heb ik hem nog nooit gezien”.

 

Nu weet ik en dat heb ik ook vaak gemerkt, dat de ontmoetingen die ik overdag heb, in de nacht nog een verdieping krijgen. In de nacht rust ons fysieke lichaam, maar onze hogere wezensdelen hebben in de nacht een ontmoeting  die veel wezenlijker is. Dus als ik nu de nacht weer in ga, voel ik mij verbonden met alle mensen die ik zo door de week ontmoet. Ze roepen nu alleen niet meer: “Zuster!”, want die verbondenheid is er. Daar hoeft niet meer om geroepen te worden.

 


Een goed gesprek.

Op het moment dat ik de vraag krijg iets over mijn ervaring met inspiratie te schrijven zit ik voor het eerst in mijn prille leven in een soort van winterdip. Het gevoel van afgesloten zijn van juist deze belangrijke inspiratie geeft mij dit gevoel, het duister, het helemaal op jezelf zijn terug geworpen. Niks geen helpende engelen die over mijn bolletje aaien, niks geen inzichtgevende ervaringen. Klinkt natuurlijk vreselijk zielig en zo voelde ik me dan ook bij tijd en wijle. Dat afgesloten zijn van dat wat ons inspireert, ons in ‘de geest’ laat zijn. Dat afgesloten zijn, dat klopt natuurlijk niet, je bent nooit afgesloten van je inspiratie. Het kan je door allerlei aardse beslommeringen gewoon niet bereiken, je sluit als het ware jezelf ervoor af. Of het kan je door verschillende oorzaken gewoon niet bereiken. Toen ik vandaag op de bank bij mij thuis het zonlicht in mijn gezicht liet schijnen herinnerde ik mij weer de opdracht van dit stukje tekst. Wat inspireert mij nu? Wat mij op dat moment te binnen schoot was het ‘gesprek’. Het gevoel dat je met iemand hebt zitten praten, een echt gesprek hebt en dat daar dan iets nieuws uit ontstaat, dat je dus een echte ontmoeting hebt. Dan heb ik het dus niet over vrouwenpraat bij een bak koffie met een gebakje met veel slagroom (wat, by the way, ook erg lekker kan zijn, zowel het gesprek als het gebakje), maar het gesprek dat je na afloop enthousiast (in God) maakt of nieuwe inzichten geeft. Zeker als zo’n gesprek voorbereid wordt, als je je van tevoren al verdiept in het onderwerp van je gesprek zoals bij een studiegroep gebruikelijk is. Als het onderwerp van gesprek dan ook nog een spiritueel onderwerp heeft zoals een antroposofisch boek, spreuk of aanverwant artikel, dan moet de inspiratie toch wel komen. Het is belangrijk voor mij dat het gesprek aan bepaalde voorwaarden voldoet. Zo is er een onbevangen houding gewenst, respect naar elkaar toe, een terughouding van je oordelen die je gevormd hebt tijdens de voorbereiding van dit gesprek. Zeker niet onbelangrijk; het terughouden van oordelen over jezelf: ‘Ik weet er vast niet genoeg van’ of ‘Die anderen weten vast veel meer’. Dit zijn natuurlijk ook allemaal inspiraties, verkeerd woord, uitspiraties is beter. De uitspiraties worden je ingegeven door tegenwerkende krachten terwijl de inspiraties kunnen komen van helpende wezens. Ja, juist ja, dat aaitje over je bol of dat duwtje in een goede richting. De zogenaamde ‘toevalligheden’ die je laten zien dat je op de goede weg zit. Ik denk dan ook als je zo een groep gelijkgestemden verbindt met een onderwerp, er vanboven allerlei inspiratie naar ons toekomt. Na zo een studiegroep kan ik me dan echt gevoed voelen. Hoe anders is dit als je naar een vergadering gaat en er punten besproken moeten worden waar een ieder van tevoren al stiekem zijn mening of oordeel over heeft en waar we ons gelijk willen halen. Of dat je tijdens zo’n vergadering ineens merkt, ‘Het gaat (weer) nergens over’. De energie kan dan duidelijk anders zijn en in plaats van gevoed kan je je leeggezogen voelen. Ge-uit-spireerd dus. Een goed gesprek probeer ik ook altijd tijdens de ritmische inwrijvingen te voeren. Nee, ik praat niet tijdens een inwrijving, liever niet, maar mijn handen en de olie wel. Een patiënt zei dit laatst tegen mij: “In de beweging die je maakt ervaar ik eerst dat je mij een vraag stelt en dat je dan door een andere beweging mij de ruimte geeft om te antwoorden”. Een hele gevoelige waarneming van deze dame. Het klopt namelijk precies, niet iedereen neemt dit waar, dat is gelukkig ook niet nodig. Op het onderbewuste niveau werkt dit ook door. Ook met de soort olie kan je een vraag stellen. De vraag van de lavendel is iets anders dan die van de rozemarijn. Ook deze dame nam dit haarfijn waar. Toen ik haar weer een inwrijving gaf met citroenolie ‘hoorde’ ze de citroenolie tot haar spreken: “Blijf bij jezelf, blijf bij jezelf”. Precies wat ik beoogd had met deze olie. Ook op dit ‘gesprek’ bereid ik mezelf voor, de zusterspreuk helpt me hierbij en het geloof dat er ook helpende wezens zich verbinden met mijn handelen. Als ik dan merk dat tijdens de inwrijving de patiënt duidelijk inspireert (inademt) weet ik dat er ruimte voor iets nieuws geschapen wordt. Veel inspiratie gewenst.




Een modern sprookje…..

Er was een klein meisje dat door het leven zo gevormd was dat ze niet meer mocht en uiteindelijk niet meer kon voelen. Soms voelde ze wel wat , als ze even stil en rustig werd maar dan deed het pijn. Een vage herinnering van iets donker iets kouds kwam wel eens stiekem naar boven. Het voelde niet prettig, ze werd er ook een beetje bang van, durfde niet te kijken wat het nou was wat haar zoveel angst bezorgde. Als ze rustig bleef zitten bleef dat gevoel maar knagen en dus ging het meisje als een bezetenen bosbessen plukken in het bos. Ze werkte keihard . Dat hielp, het knagende gevoel kwam niet meer terug. Als het meisje thuis kwam, heel laat, dan maakte ze nog even snel bosbessenlikeur van al haar geplukte bosbesjes. Dronk nog een paar glaasjes (of meer) van haar voorraadje en ging dan lekker verdoofd naar bed. Op een dag werd het meisje wel heel erg moe van al haar harde werk en daarom besloot ze naar een wijze man die aan de voet van een grote lindeboom woonde te gaan en hem om raad te vragen. De wijze man besloot in al zijn wijsheid het meisje naar de heks in het bos te sturen. De heks die van haar hobby haar beroep had gemaakt hing de hele dag met haar grote neus boven allerlei heerlijk geurende oliën. Het meisje was wel bang geweest om naar de heks te gaan, maar haar vermoeidheid was zo erg geworden dat ze geen bosbessen meer kon plukken en haar voorraadje bosbessenlikeur slonk. Doordat het meisje niet meer kon werken ging ze maar denken, daar werd ze al helemaal niet vrolijk van. Dus dapper als ons kleine meisje was stapte ze bij de heks binnen. De heks die haar na een uitgebreide intake begon in te smeren met een van haar brouwseltjes (van BD kwaliteit natuurlijk) zag dat het hart van het meisje wel heel erg ver verstopt was. Het zoveelste geval van VHS (Verstopt Hart Syndroom*noot van de red.). De heks had het al vaker gezien. Had zij niet zelf, nog niet zo heel lang geleden, haar hart weer te voorschijn getoverd? Dat was nog een hele tour geweest, en vooral een groot gezoek. Waar had ze dat ding nu gelaten? Gelukkig kon de heks hierdoor het meisje helpen. Het zou niet makkelijk worden, want als je een tijd zonder je hart geleefd hebt en je vindt hem dan weer dan merk je dat je wat gemist hebt. Zo merkte het meisje dat het bos kleuren had en dat de bloemen geurden en dat er nog andere mensen in het bos woonden, sommige met hart en sommige nog zonder. Natuurlijk voelde het meisje veel verdriet en werd ze soms boos. Een enkele keer werd ze ook weer bang. Maar wat het meisje óók kon voelen was blijdschap en dat groeide elke dag. Soms ging het een dagje wat slechter. Dan voelde het meisje de pijn. Het meisje kon daar dan stil naar kijken en bedacht zich dan, ik voel, ik leef, ik heb een hart. Het hart werd steeds groter en duidelijk zichtbaarder; zo groot zelfs dat zij het op een dag kon schenken. Ook de Engel van het meisje was heel blij geworden want de Engel spreekt door het hart en aangezien het hart van het meisje onder een dik pak isolatie materiaal terecht was gekomen kon de Engel schreeuwen wat ze wilde; het hart verstond het niet. Nu stond het weer open en de Engel kon het meisje weer leiden. Het meisje voelde zich daardoor gedragen, ze hoefde het niet meer alleen te doen.

En het meisje leefde nog lang en gelukkig en soms wat ongelukkiger maar, het leefde.

Bovenstaand verhaal is natuurlijk een klein beetje geromantiseerd, een beetje opgeleukt , maar desalniettemin voor veel mensen denk ik heel herkenbaar. Het leven doet soms pijn, in sommige gevallen doet het heel erg pijn, het komt zelf voor dat het ondraaglijk veel pijn doet. Logisch toch dat we dan niet meer willen voelen en ons hart verstoppen. Het kan zelfs heel erg nuttig zijn om je gevoel even uit te zetten maar vergeet het dan, als de kust veilig is, niet om het weer aan te zetten.

Met ritmische inwrijvingen of de Volkier Bentinck massage en bepaalde oliën kan op een heel onbewust niveau, ruimte geschapen worden voor het middengebied dit kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van tijmolie. Maar eerst kan er bijvoorbeeld door het gebruik van rozenolie meer vertrouwen verzorgd worden om van daaruit zonder angst het hart meer ruimte te geven. Veiligheid creëren is hierbij van groot belang.

Mocht u zich herkennen in bovenstaand sprookje dan kan dan goed kloppen, veel mensen kunnen zich in deze tijd herkennen in dit verhaal. Het is niet mijn bedoeling om een speciaal persoon te karakteriseren. Maar de personen die zich herkennen en die bij de heks in het bos zijn geweest zijn wel speciaal voor mij. Jullie zijn stuk voor stuk zoeker naar jullie hart geweest en toen jullie het gevonden hebben vulde mijn hart zich met blijdschap.

Claudia “de heks in bos” Linssen.

 

 


Het Mysterie ontrafeld

‘Ik weet niet meer wie ik ben’, zegt Alice tegen de rups.
‘Je bent bijna jezelf, zo verwarrend is dat niet’, antwoord de rups. ‘Heb geduld’.
‘Is dat alles?’ vraagt Alice.
‘Dat is heel veel, geduld’, zegt de rups. (Lewis Caroll; Alice in wonderland)
 
Mijn dochter zei toen ze vier jaar oud was, haar blik kijkend in een andere wereld: ‘Mama, ik vergeet soms dat ik nog maar een kind ben’. U begrijpt dat je daar als moeder even stil van wordt. Hier stond dus voor mij een oude ziel, die al een paar rondjes er op had zitten hier op aarde en die weer opnieuw aan een nieuwe incarnatie was begonnen. Maar ze moest weer helemaal overnieuw beginnen.  Weer leren lezen, luisteren naar ouderen, op tijd naar bed gaan en vooral wachten, heel lang wachten. Op de dag dat zij eindelijk zou worden wie ze al die tijd al was. De lagere school was later niet aan haar besteed, met een houding van ‘been there, done that’, sjokte ze van de kleuterklas naar het voortgezet onderwijs. Zich af en toe afvragend wanneer het nou echt ging beginnen.
 
Want je voelt toch dat je hier iets komt doen, dat je mag leren wie je bent. Dat is een zoektocht die we allemaal gaan en die ik weet niet hoe lang kan duren, al naar gelang hoe actief je met deze zoektocht verbind en op welke manier. Je hebt in ieder geval heel veel geduld nodig. Maar dat geeft niks, als je een puzzel aan het oplossen bent (leg- of kruiswoordpuzzel, u mag zelf kiezen) dan wil je toch niet dat het binnen 2 minuten opgelost is, toch? Of als je een detective aan het kijken bent, dan wil je toch ook niet binnen 5 minuten weten wie het heeft gedaan? Of je bent gezellig met de hele familie Catan aan het spelen, je hebt net je strategie uitbedacht en je buurvrouw roept ineens: ‘Gewonnen, 15 punten’.   Dan is de lol er toch wel heel snel af. Geen uitdaging, niet probleemoplossend bezig zijn, geen creativiteit die je in kan zetten om je problemen of moeilijkheden te overwinnen.
Wat je vooral mist is hoe jij in wat voor situatie dan ook handelde en of je dat dan de volgende keer, als er weer het zelfde probleem langskomt, het misschien anders kan doen. Je mist de ervaring.
 
Maar toch willen we vaak  wel heel graag ’hap klare brokken’ , instant oplossingen en opwarmmagnetron maaltijden met fastfood pijnstillers.
Waarom? Heel eenvoudig: omdat het kan. In deze tijd van vele mogelijkheden, kunnen we het bijna niet uithouden met problemen. Geduld komt bijna niet meer in onze vocabulaire voor.
Ik heb hoofdpijn, ik neem een pil. Mijn kind is druk, die krijgt ook een pil. Mijn man is vervelend, dan maar scheiden. Ik kan niet slapen, dan maar een pil. Ik ben te dik, dan maar liposuctie.  Mijn neus is ontstoken, dan maar een antibiotica kuurtje. Ik heb nu een vaatwasser, auto en een vakantie nodig, dan maar een lening. Het is vanzelfsprekend ieder zijn vrije keuze om te kiezen welke oplossing of symptoombestrijding voor hun de beste is. Maar het kan soms de moeite lonen om eens goed op onderzoek te gaan.
Waar heb ik hoofdpijn van? Kan ik dat voor de volgende keer voorkomen? Waarom is mijn kind zo druk? Speelt hij te weinig buiten? Waar lig ik wakker van? Waarom vind ik mijn man zo vervelend? Ben ik niet tevreden met mezelf? Hoe komt het toch dat ik zo dik ben? Eet ik iets verkeerd? Zou mijn ontsteking met wat hulp van moeder natuur ook vanzelf over kunnen gaan? Heb ik die spullen echt nodig of kan ik nog even zonder?
In het geval je voor je kind een beslissing moet nemen, kan je je ook afvragen: ‘Ontneem ik hem of haar niet de mogelijkheden om zich te ontwikkelen aan de moeilijkheden die hij of zij nu ondervindt?’ Een moeilijke keuze die veel onderzoek vraagt en waarbij je misschien met vallen en opstaan je kind en ook jezelf leert kennen.
Ga je in het  leven de uitdagingen aan en zoek je naar creatieve oplossingen. Wil je jezelf echt leren kennen. Wil je het Mysterie dat Leven heet echt ontrafelen? Dan heb je geduld nodig en niet zo’n klein beetje ook. Maar vooral ook plezier en humor, zonder deze twee kan het inderdaad erg zwaar worden.  En heb ook een beetje vertrouwen, dat als je echt je hart gaat volgen, dat je je bestemming uiteindelijk bereikt. Als je van tevoren weet wat je bestemming is, ga je waarschijnlijk recht op je doel af, terwijl als je meer zoekende bent, je regelmatig kan verdwalen en dan waarschijnlijk de meest zinvolle ervaringen opdoet die je bij je bestemming goed van pas kunnen komen.
 
Natuurlijk kan je bij je zoektocht hulptroepen inschakelen. De antroposofische therapieën doen niet aan symptoombestrijding, maar gaan met je mee op zoek en helpen je om in je kracht te komen, zodat jij uiteindelijk jouw persoonlijke moeilijkheden overwint en je jouw bestemming bereikt.
 
Zie het leven als een spel wat je speelt, een spel dat ontzettend zwaar kan zijn, een spel dat de moeite waard is om gespeeld te worden, een spel dat je soms aan de rand van de waanzin en hopeloosheid brengt, een spel dat je laat dansen, maar vooral een spel dat je laat groeien naar de mens die jij al die tijd al was. Als je je maar beseft dat het niet gaat om de makkelijke weg, maar om de juiste weg.

Claudia Linssen-Elfrink
 
 
Heb geduld met alles wat onopgelost in je hart
en probeer je vragen met liefde te bezien,
als kamers die gesloten zijn
of boeken in een volslagen vreemde taal.
Zoek nog niet naar antwoorden.
Die je niet gegeven worden,
omdat je niet in staat zou zijn ze ‘te leven’.
Leef nu de vragen.
Misschien zul je dan geleidelijk,
Zonder het te merken,
Jezelf, ooit op een dag,
In het antwoord terugvinden.
Ranier Maria Rilke.
 
 

 


Spiegeltje, spiegeltje aan de wand....
 
Bijna 15 jaar geleden kwam ik met mijn dochter bij een antroposofische arts, mijn dochter huilde veel, sliep slecht en was heel angstig. Ik vertelde dit de arts en vroeg haar of ze iets voor mijn dochter kon doen. Dat wilde ze best  maar resoluut zei ze mij; 'maar jij gaat eerst in therapie'. Ik was gelijk opgelucht door dit advies, het lag niet alleen aan mijn dochter, ook ik als moeder kon iets doen zodat het met haar beter kon gaan. Er was niets ernstig mis met mijn kind, ze had vooral ook last van mij. Mijn stress om de beste moeder te willen zijn van de hele wereld en mijn nachtdiensten in het verpleeghuis waar ik toen werkte maakte dat ik er de helft van de tijd ook bij liep als een kip zonder kop.
Logisch dat zo'n kind ook een beetje het gedrag van moeders na gaat doen, spiegelen noemen we dit.
 
Een klein kind, zeker een kind onder de 7 jaar is nog zo verbonden met zijn of haar moeder. Elke spanning voelt zo'n kind haarfijn aan maar het is moeilijk te plaatsen voor het kind. Het kind voelt dat er iets niet lekker zit.
Nu kan je als ouders nog zo goed thuis de kalmte bewaren en uiterlijk overkomen als de meest evenwichtige persoon op aarde, maar onderhuids kan de stress, de angst of de boosheid en het verdriet broeden. Kinderen prikken daardoor heen en ze blijven prikken tot dat jij als opvoeder erkent dat je te lang over je heen hebt laten lopen op je werk, je te laat naar bed gaat en te moe bent, te bezorgd bent dat je kind iets gaat overkomen, en zo voort, en zo voort. Zo kunnen we onze eigen kinderen zien als onze leermeesters, goeroes, sjamanen en anderszins hoog ingewijde. Niet dat je nu gelijk een altaartje voor ze moet gaan maken, wel even nuchter blijven hé.
Maar we kunnen ons wel afvragen wat ons kind ons spiegelt als ze het ergens moeilijk mee hebben.
 
Begrijp me goed, kinderen zijn geen onbeschreven bladen als ze bij ons op aarde komen, niet elk gedrag is te verklaren door maar de hele tijd naar jezelf te kijken als ouder of verzorger. Kinderen nemen zeker ook iets mee op hun enerverende reis hier op aarde, iets wat ze hier uit te werken hebben. Of ze kunnen natuurlijk ook gewoon iets onder de leden hebben.
 
Als ouder of verzorger kan het geen kwaad om eens zelf in de spiegel te kijken (hoeft je kind je even niet te spiegelen) en je af te vragen; 'Hoe gaat het eigenlijk met mij, zit ik nog wel lekker in mijn vel?'
 
De laatste maanden komen er geregeld moeders bij mij die pas hun eerste kindje op de wereld hebben gezet, het hele systeem van lichaam, ziel en geest is op z'n kop gezet. Het vraagt wat om de nieuwe situatie weer in een nieuw evenwicht te brengen.  Het mag als het ware weer even 'gereset' worden. Dat het lichaam en ziel weer op de rails gezet wordt. De rust die dan ontstaat werkt door tot in de thuissituatie (ja dit kan zelfs doorwerken in de relatie).
 
Ook pubers kunnen spiegelen, dit gaat echter op een meer ongenuanceerde manier. Spiegelen wordt prikken en dat het liefst op plekjes die je nog niet helemaal ontwikkeld hebt, genadeloos kunnen ze zijn, de schatjes.
Het punt is dat je als ouder licht ontvlambaar gaat reageren, want de plek waar geprikt wordt doet pijn. Dan is natuurlijk het hek van de dam en voor je het weet zit je in een woorden wisseling waar je niet meer uitkomt.
 
Een voorbeeld; puberkind laat ouder/verzorger op niet mis te verstaan volume en dito bewoordingen weten dat ouder/verzorger nooit geen tijd heeft voor haar/hem. Dat ouder/verzorger alleen maar aan zichzelf denkt, kortom het kind wordt gewoon verwaarloost.
Au. Die doet pijn. Ouder/verzorger schiet in de verdediging, wat hij/zij werkt heel hard voor het gezin, is soms weleens moe van al dat harde werken,  het kind is wel heel erg veeleisend en denkt ook alleen maar aan zich/haarzelf.  Kortom hier hebben we de vlam in de pan, resultaat iedereen is gefrustreerd, boos en verdrietig.
Zelfde verhaal, zelfde puber, zelfde ouder/verzorger.  Echter heeft nu de ouder/verzorger  al 4 behandelingen van de Volkier Bentinck massage achter de rug. Is al een beetje in evenwicht, kan meer bij haar/hem zelf blijven. Puber neemt de rust waar (kan hierdoor ook rustig blijven, positiefgedrag wordt gelukkig ook gespiegeld) en zegt tegen de ouder/verzorger; 'Mam/pap, ik mis je zo, kunnen we samen iets afspreken. Ouder/verzorger is ontroerd geeft puber een knuffel en ze spreken af om de volgende dag samen in de stad te gaan lunchen.
 
Als ouders geven wij het voorbeeld aan onze kinderen, niet alleen door ze op te voeden, maar vooral door het voor te doen.
Evenwichtige ouders, evenwichtige kinderen.
 
Claudia Linssen-Elfrink
 
 
 
Een gezond evenwicht voor kinderen.
 
Ik stop niet graag mensen in hokjes en zeker kinderen niet, maar om uit te kunnen leggen hoe de Volkier Bentinck massage kan werken voor kinderen maar ik toch even gebruik van twee hele grote hokjes, niet met een hek er om heen hoor.
 
In het ene hokje plaats ik de kinderen die een en al zintuig zijn, met grote ogen kijken ze rond in de wereld, soms nieuwsgierig, soms angstig van al die indrukken die ze opdoen. De denkertjes. Ze kunnen er wat moe uit zien, beetje wallen onder de ogen. Soms wat magertjes. Volgens de VB massage  zien we bij dit kind teveel bovenpool. En waar je wat teveel hebt, heb je ook wat te weinig, in dit geval te weinig onderpool of anders gezegd te weinig opbouw. Deze kinderen kunnen ook in het denken blijven hangen, een groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en soms zo een grote structuur willen aanbrengen dat het bijna dwangmatig wordt. Zo kunnen ze het zichzelf heel moeilijk maken.
 
In het andere hokje komen dan de kinderen die ik voor het gemak de doeners noem, deze kinderen kunnen wat voller zijn (hoeft niet) Ze hebben teveel onderpool je ziet dan dat ze bijvoorbeeld erg chaotisch kunnen zijn, geen overzicht hebben want heel het gedoe wat normaal in de ledematen en in de buik hoort te zitten stijgt naar het hoofd, en probeer dan maar helder te denken. Zo kunnen we ook veel hoofdpijnen begrijpen. Als de onderpool teveel overheerst kunnen we zelfs zien dat de doenertjes te weinig gaan bewegen, ze kunnen het gevoel krijgen dat ze door de stroop moeten bewegen. De onderpool heeft zoveel ruimte ingenomen dat zijn werking verzwakt wordt.
Als de stofwisseling te veel in het hoofdgebied komt zie je ook veel snotneusjes, ontstekingen van keel, neus en oor gebied.
 
Beide type kinderen kunnen last krijgen van concentratie stoornissen, een omdat er zoveel te zien is omdat teveel prikkels op hun af komen en de ander omdat er een wolk voor hun waarneming hangt.
 
De denkertjes geef ik (als ze nog niet in de puberteit zitten) gelijk een bovenpool massage. Met Koninklijke gebaren worden dan vooral hoofd en handen behandeld. Met deze gebaren die de kinderen innerlijk nabootsen vertel je het hoofd dat het wat meer rust mag nemen, de werking van de bovenpool mag wat minder.  Na deze massage wordt er passief gerust, wat voor de kleintjes betekent dat er een verhaaltje wordt voorgelezen. Zo kunnen ze de massage op zich in laten werken.
De doenertjes krijgen vooral een elke keer weer een speelse en verassende been massage. Met deze gebaren maak ik de onbewuste onderpool elke keer een beetje meer wakker. Waardoor de werking van de onderpool weer binnen zijn eigen gebied teruggebracht wordt.  Na deze massage wordt er actief gerust, dat betekent een korte wandeling van ongeveer 6 minuten.
De verminderende werking van de massages werkt bevrijdend op de tegenoverliggende pool. Zo ontstaat er weer een nieuw evenwicht.
 
Zo, ik hoop dat het een beetje duidelijk is geworden, laat ik de kinderen nu weer uit hun hokjes en kunnen ze weer buiten gaan spelen.
 
Claudia Linssen-Elfrink